Vrijwilligerspunt Eindhoven

VREEMDELINGEN en VRIJWILLIGERSWERK
Mogen vreemdelingen vrijwilligerswerk doen?  


Iemand die rechtmatig in Nederland verblijft, mag vrijwilligerswerk doen. Dit kunnen zij kunnen aantonen met een W-document, verblijfsvergunning ’bepaalde tijd asiel’ of ’bepaalde tijd regulier’.
Het kan ook zijn dat een vreemdeling nog in afwachting is van een beslissing van verlengingsverzoek voor voortgezet verblijf.
Als deze vreemdeling niet met uitzetting wordt bedreigd, mag hij/zij gewoon vrijwilligerswerk doen. Voor deze vrijwilligers heeft de organisatie wel een Vrijwilligersverklaring van het UWV nodig.

Voor het werken met vreemdelingen moet een organisatie altijd een Vrijwilligersverklaring aanvragen bij het UWV. Het UWV beoordeelt of de organisatie geen winstoogmerk heeft of dat er sprake is van arbeidsverdringing. De vluchteling kan direct beginnen met vrijwilligerswerk als de ontheffing is aangevraagd.

Als een asielzoeker een verblijfsvergunning heeft, is er geen Vrijwilligersverklaring meer nodig om vrijwilligerswerk te mogen doen. Op zijn verblijfsvergunning staat dan; “arbeid vrij toegestaan, geen TWV vereist”. Natuurlijk mag een burger uit de EU altijd vrijwilligerswerk doen in Nederland.

De groepen die geen vrijwilligerswerk mogen doen zijn:

  • vreemdelingen die wachten op een reguliere verblijfsvergunning en geen asielzoeker zijn (bijv. arbeidsmigranten)
  • vluchtelingen van wie de procedure nog niet is gestart
  • migranten zonder verblijfsdocument 

In makkelijke taal zijn er een paar mogelijkheden: 

  • Iemand is in afwachting van een verblijfsvergunning en is geen asielzoeker: mag geen vrijwilligerswerk doen.
  • Iemand heeft een verblijfsdocument met de aantekening “arbeid vrij toegestaan / TWV niet vereist”: mag gewoon vrijwilligerswerk doen.
  • Iemand heeft een verblijfsdocument maar arbeid is niet toegestaan (TWV vereist): mag wel vrijwilligerswerk doen, maar de organisatie heeft voor deze functie een Vrijwilligersverklaring nodig.
Meer informatie vind je op de website van de rijksoverheid.

 

 

 

12-07-2017